beantwoordden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ant·woord·den

Werkwoord

vervoeging van
beantwoorden

beantwoordden

  1. meervoud verleden tijd van beantwoorden
    • Wij beantwoordden. 
    • Jullie beantwoordden. 
    • Zij beantwoordden.