basisstationnetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·sis·sta·ti·on·ne·tje

Zelfstandig naamwoord

basisstationnetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord basisstation