baseerden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·seer·den

Werkwoord

vervoeging van
baseren

baseerden

  1. meervoud verleden tijd van baseren
    • Wij baseerden. 
    • Jullie baseerden. 
    • Zij baseerden.