bandet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban·det
Naar frequentie 4725

Zelfstandig naamwoord

bandet

  1. nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van band


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban·det
Naar frequentie 3034

Werkwoord

bandet

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bande
Schrijfwijzen

bandet

  1. voltooid (verleden) deelwoord van bande
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

bandet

  1. nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van band


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban·det

Zelfstandig naamwoord

bandet

  1. nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van band


Zweeds

Uitspraak
Naar frequentie 1506

Zelfstandig naamwoord

bandet

  1. nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van band