balkons

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bal·kons

Zelfstandig naamwoord

balkons mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord balkon
     Buiten zie je Amsterdamse grachtenpanden met Franse balkons.[1]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2