baffe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

baffe v

  1. (spreektaal) klap, optater
    «Cette gonzesse lui a allongé / flanqué / fiché / foutu une baffe
    Die meid heeft hem een optater gegeven.
    «Les gosses ont besoin qu’on leur foute des baffes de temps en temps.»
    Kinderen hebben af en toe wat klappen nodig. [1]

Verwijzingen