badmintonden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bad·min·ton·den

Werkwoord

vervoeging van
badmintonnen

badmintonden

  1. meervoud verleden tijd van badmintonnen
    • Wij badmintonden. 
    • Jullie badmintonden. 
    • Zij badmintonden.