badmintonnen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bad·min·ton·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
badmintonnen
badmintonde
gebadmintond
zwak -d volledig

Werkwoord

badmintonnen

  1. (badminton)inergatief beoefenen van badminton
    • Enkele vlaamse badmintonners hebben 30 uur aan een stuk gebadmintond. 

Gangbaarheid