Naar inhoud springen

baasje

Uit WikiWoordenboek
  • baas·je

hetbaasjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord baas
     De hond vermoedt dat die ernst, je zou het zelfs intelligentie kunnen noemen, die hij bij andere honden niet of nauwelijks bespeurt, bij hem is teweeggebracht doordat wijlen zijn baasje, een in ongenade geraakte historicus, hem zijn clandestiene politieke pamfletten voorlas.[1]
     Haar teckel had nerveus aan de lijn gezeten die om haar moeders arm gedraaid zat, niet begrijpend waarom zijn baasje niet meer verderging.[2]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340