bètatronnetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bè·ta·tron·ne·tje

Zelfstandig naamwoord

bètatronnetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bètatron