Naar inhoud springen

angstwekkends

Uit WikiWoordenboek
  • angst·wek·kends

angstwekkends

  1. partitief van de stellende trap van angstwekkend
     ' Waarom praatten we over deze onbenullige dingen? Het was alsof we probeerden iets angstwekkends van ons af te zetten.[1]
  1. Victoria Holt
    “Vlucht van de zeve zwaluwen” (1992), Saga, ISBN 9788726484892