angstfrei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • angst·frei
stellend vergrotend overtreffend
angstfrei
/ˈaŋstfʀaɪ̯/
angstfreier
/ˈaŋstfʀaɪ̯ɐ/
am angstfreiesten
am angstfreisten
/am ˈaŋstfʀaɪ̯əstn̩/
/am ˈaŋstfʀaɪ̯stn̩/
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

angstfrei

  1. vrij van de in Angst beschrevende gevoelstoestand
    «So haben viele Frauen (44,3 Prozent) schon seit ihrem ersten Flug Angst, während bei mehr als einem Viertel der Männer die Flugangst irgendwann plötzlich auftrat, auch nachdem sie schon öfters angstfrei geflogen waren.[1]»
    Zo hebben veel vrouwen (44,3 procent) al sinds hun eerste vlucht een angstgevoel, terwijl bij meer dan een kwart van de mannen die vliegangst plotseling optrad, ook nadat ze al vaker zonder angstgevoel gevlogen hadden.
    «Angstfrei leben ist nach meiner Meinung nicht möglich.»
    Leven zonder angstgevoel is volgens mij niet mogelijk.

Verwijzingen

  1. Spiegel.de-artikel "Wenn Männer zittern und Frauen schwitzen" van 2-10-2000 vanaf http://www.spiegel.de/reise/aktuell/0,1518,581848,00.html