amici

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /aˈmiːkiː/
Woordafbreking
  • ami·ci

Zelfstandig naamwoord

amīcī

  1. nominatief mannelijk meervoud van amīcus
  1. genitief mannelijk enkelvoud van amīcus
  1. vocatief mannelijk meervoud van amīcus