aftelrijmpje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·tel·rijm·pje

Zelfstandig naamwoord

aftelrijmpje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aftelrijm

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.