afpak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·pak

Werkwoord

vervoeging van
afpakken

afpak

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van afpakken
    • ... dat ik afpak.