activeerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·ti·veer·de

Werkwoord

vervoeging van
activeren

activeerde

  1. enkelvoud verleden tijd van activeren
    • Ik activeerde. 
    • Jij activeerde. 
    • Hij, zij, het activeerde.