Naar inhoud springen

achtte

Uit WikiWoordenboek
  • acht·te
vervoeging van
achten

achtte

  1. enkelvoud verleden tijd van achten
    • Ik achtte. 
    • Jij achtte. 
    • Hij, zij, het achtte. 
     En ook was er nog een groep, hoewel veel kleiner, die het zeer aannemelijk achtte dat de echtgenote van de gedaagde en de vermeende tweede echtgenote onder één hoedje speelden, daar het in de natuur van de vrouw ligt de man te saboteren, zelfs als dat zou betekenen dat je je krachten bundelt met je gezworen rivale.[1]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125