abstraheerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·stra·heer·de

Werkwoord

vervoeging van
abstraheren

abstraheerde

  1. enkelvoud verleden tijd van abstraheren
    • Ik abstraheerde. 
    • Jij abstraheerde. 
    • Hij, zij, het abstraheerde.