abstraheren
Uiterlijk
- Geluid: abstraheren (hulp, bestand)
- ab·stra·he·ren
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘in gedachte afzonderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1]
- afleiding van het Franse abstraher (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| abstraheren |
abstraheerde |
geabstraheerd |
| zwak -d | volledig | |
abstraheren [4]
- overgankelijk (kunst) van een herkenbaar figuratief beeld een minder herkenbaar of zelfs een non-figuratief beeld maken. Het is ook mogelijk om bij het abstraheren van beeldende aspecten zoals vorm, kleur, ruimte en licht uit te gaan
- Zij abstraheerden de een-, twee- of drielijnige figuren tot zesendertig tekens.
- een argument leiden naar iets wat alleen in een denkbeeld bestaat en niet tastbaar is in de werkelijkheid
- Het woord abstraheren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "abstraheren" herkend door:
| 82 % | van de Nederlanders; |
| 73 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "abstraheren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Wiktionnaire
- ↑ abstraheren op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -eren in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Kunst in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 82 %
- Prevalentie Vlaanderen 73 %