abrade
Uiterlijk
- a·brade
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to abrade |
| he/she/it | abrades |
| verleden tijd | abraded |
| voltooid deelwoord |
abraded |
| onvoltooid deelwoord |
abrading |
| gebiedende wijs | abrade |
abrade
- overgankelijk afgraven, weggraven
- overgankelijk afkrabben, afraspen
- overgankelijk afraspen, verslijten (om kleding, schoenen)
- overgankelijk afschuren
- overgankelijk afslijten, afslijpen, slijpen
- overgankelijk afwrijven
- overgankelijk stuk schuren