verslijten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·slij·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verslijten
versleet
versleten
klasse 1 volledig

Werkwoord

verslijten

  1. overgankelijk door veelvuldig gebruik onbruikbaar maken
    Hij versleet menige broek met dat harde werk.
  2. ergatief door veelvuldig gebruik onbruikbaar worden
    De broek stond aan weer en wind bloot en is nu geheel versleten.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.