abound

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord abundare (= voor het oprapen liggen) met het voorvoegsel ab-.
vervoeging
onbepaalde wijs to abound
he/she/it abounds
verleden tijd abounded
voltooid
deelwoord
abounded
onvoltooid
deelwoord
abounding
gebiedende wijs abound

Werkwoord

abound

  1. in overvloed aanwezig zijn
  2. overvloedig zijn, wemelen van