aartsbisschoppelijkst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aarts·bis·schop·pe·lijkst

Bijvoeglijk naamwoord

aartsbisschoppelijkst

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van aartsbisschoppelijk