aardde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aard·de

Werkwoord

vervoeging van
aarden

aardde

  1. enkelvoud verleden tijd van aarden
    • Ik aardde. 
    • Jij aardde. 
    • Hij, zij, het aardde.