aanvalsremmertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vals·rem·mer·tje

Zelfstandig naamwoord

aanvalsremmertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aanvalsremmer