aanvalshelikoptertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vals·he·li·kop·ter·tje

Zelfstandig naamwoord

aanvalshelikoptertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aanvalshelikopter

Gangbaarheid