aandoeninkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·doe·nin·kje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

aandoeninkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aandoening

Gangbaarheid