aalstekertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aal·ste·ker·tje

Zelfstandig naamwoord

aalstekertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord aalsteker

Gangbaarheid