Montag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Zelfstandig naamwoord

Montag m

  1. maandag


Dagen in het Duits
Montag
maandag
Dienstag
dinsdag
Mittwoch
woensdag
Donnerstag
donderdag
Freitag
vrijdag
Samstag, Sonnabend
zaterdag
Sonntag
zondag