Angelsaksischers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • An·gel·sak·si·schers

Bijvoeglijk naamwoord

Angelsaksischers

  1. partitief van de vergrotende trap van Angelsaksisch
    • Dat is iets Angelsaksischers...