96-jarigen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • 96-ja·ri·gen
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

96-jarigen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord 96-jarige
    • Heel bijzonder om met 96-jarigen onze Nederlandse inbreng te herdenken, samen met de jonge militairen van nu [1]

Gangbaarheid

Verwijzingen