zuchten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zuch·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zuchten /ˈzʏxtə(n)/ |
zuchtte /ˈzʏxtə/ |
gezucht /ɣəˈzʏxt/ |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
zuchten
- hoorbaar diep uitademen, meestal als uiting van frustratie
- Stop met zuchten en eet je eten op!
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
zuchten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zucht