zendeling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zen·de·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zendeling zendelingen
verkleinwoord zendelingetje zendelingetjes

Zelfstandig naamwoord

zendeling m

  1. persoon die uitgezonden wordt om mensen tot het geloof in het protestantse christendom te bekeren
    De zendelingen legden de grondslag voor de latere universiteit van Fort Hare en speelden daarmee een grote rol in de nog latere strijd tegen de apartheid.
Verwante begrippen
Vertalingen