zegening
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ze·ge·ning
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van zegenen met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zegening | zegeningen |
| verkleinwoord | zegeningetje | zegeningetjes |
Zelfstandig naamwoord
zegening v