genezing
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·ne·zing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | genezing | genezingen |
| verkleinwoord | genezinkje | genezinkjes |
Zelfstandig naamwoord
genezing v
- het proces van het weer gezond worden
- De genezing van deze diepe wond zal wel enige tijd gaan duren.