zalven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zal·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zalven
zalfde
gezalfd
zwak -d volledig

Werkwoord

zalven

  1. met zalf bestrijken
    Je moet die plek even zalven zodat het sneller geneest.
  2. het aanbrengen van een welriekende olie, meestal als inhuldiging in een politieke of religieuze hoedanigheid
    De koningen van Israël werden tot koning gezalfd.
  3. het spreken op een overdreven preektoon
    Wat stond die dominee te zalven, zeg...
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

zalven mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zalf
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen