zalven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zal·ven
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zalven |
zalfde |
gezalfd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
zalven
- met zalf bestrijken
- Je moet die plek even zalven zodat het sneller geneest.
- het aanbrengen van een welriekende olie, meestal als inhuldiging in een politieke of religieuze hoedanigheid
- De koningen van Israël werden tot koning gezalfd.
- het spreken op een overdreven preektoon
- Wat stond die dominee te zalven, zeg...
Vertalingen
2. het aanbrengen van een welriekende olie, meestal als inhuldiging in een politieke of religieuze hoedanigheid
Zelfstandig naamwoord
zalven mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zalf