zakkenwasser
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zak·ken·was·ser
Woordherkomst en -opbouw
- Samenstelling van zak en wasser met het invoegsel -en- (in de pejoratieve betekenis worden vaak de balzakken bedoeld ) [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zakkenwasser | zakkenwassers |
| verkleinwoord | zakkenwassertje | zakkenwassertjes |
Zelfstandig naamwoord
zakkenwasser m
- iemand die (juten) zakken schoonwast en weer voor gebruik gereed maakt
- En toen ik tien jaar was, heb ik zakken gewassen. Ja, ik was een echte zakkenwasser!
- (scheldwoord) (pejoratief) een sullig persoon die alles fout doet
- Oh, die zakkenwassers! Tja, wat had je anders verwacht.