xenofoob
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- xe·no·foob
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | xenofoob | xenofoben |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
xenofoob m
- iemand die een sterke afkeer van vreemdelingen heeft
- De xenofoob hield niet van vreemdelingen.
Vertalingen
1. iemand die een sterke afkeer van vreemdelingen heeft
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | xenofoob |
| verbogen | xenofobe |
Bijvoeglijk naamwoord
xenofoob
- een sterke afkeer van vreemdelingen hebbend
- Zijn xenofobe houding zette veel kwaad bloed.