windsurf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wind·surf

Werkwoord

vervoeging van
windsurfen

windsurf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van windsurfen
    Ik windsurf.
  2. gebiedende wijs van windsurfen
    Windsurf!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van windsurfen
    Windsurf je?