windsurf
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- wind·surf
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| windsurfen |
windsurf
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van windsurfen
- Ik windsurf.
- gebiedende wijs van windsurfen
- Windsurf!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van windsurfen
- Windsurf je?