wekken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wek·ken
Woordherkomst en -opbouw
- (causatief) bij waken: wakker doen zijn
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wekken |
wekte |
gewekt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
wekken
- (overgankelijk) wakker maken
- Ze wekte het kind.
- (overgankelijk) veroorzaken
- Hij wekte een verkeerde indruk.