wanten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- wan·ten
Zelfstandig naamwoord
wanten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord want
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wanten |
wantte |
gewant |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
wanten (onovergankelijk)
- (inergatief) (scheepvaart), (verouderd) werk aan het scheepswant verrichten
Uitdrukkingen en gezegden
- van wanten weten
z'n vak verstaan/doortastend optreden
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Onovergankelijk werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Scheepvaart in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands