wanten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • wan·ten

Zelfstandig naamwoord

wanten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord want


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wanten
wantte
gewant
zwak -t volledig

Werkwoord

wanten (onovergankelijk)

  1. (inergatief) (scheepvaart), (verouderd) werk aan het scheepswant verrichten
Uitdrukkingen en gezegden
  • van wanten weten
z'n vak verstaan/doortastend optreden
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen