volharding
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: volharding (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vɔɫ.ˈɦɑr.dɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /vɔɫ.ˈɦɑr.dɪŋ/
- (Limburg): /vɔl.ˈhɑr.dɪŋ(g)/
Woordafbreking
- vol·har·ding
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | volharding | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
volharding v
- de wil om waar men mee begonnen is ten einde toe uit te voeren
- Zijn volharding was prijzenswaardig.