verwarden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·war·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verwarren |
verwarden
- meervoud verleden tijd van verwarren
- Wij verwarden.
- Jullie verwarden.
- Zij verwarden.
- Wij verwarden.
| vervoeging van |
|---|
| verwarren |
verwarden