verstop
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·stop
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verstoppen |
verstop
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verstoppen
- Ik verstop.
- gebiedende wijs van verstoppen
- Verstop!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verstoppen
- Verstop je?