versleten
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·sle·ten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verslijten |
versleten
- meervoud verleden tijd van verslijten
- Wij versleten.
- Jullie versleten.
- Zij versleten.
- Wij versleten.
- voltooid deelwoord van verslijten