versleten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • ver·sle·ten

Werkwoord

vervoeging van
verslijten

versleten

  1. meervoud verleden tijd van verslijten
    Wij versleten.
    Jullie versleten.
    Zij versleten.
  2. voltooid deelwoord van verslijten
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen