verslijten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·slij·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verslijten |
versleet |
versleten |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
verslijten
- (overgankelijk) door veelvuldig gebruik onbruikbaar maken
- Hij versleet menige broek met dat harde werk.
- (ergatief) door veelvuldig gebruik onbruikbaar worden
- De broek stond aan weer en wind bloot en is nu geheel versleten.