verloochent
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·loo·chent
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verloochenen |
verloochent
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verloochenen
- Jij verloochent.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verloochenen
- Hij verloochent.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van verloochenen
- Verloochent!