verloochent

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·loo·chent

Werkwoord

vervoeging van
verloochenen

verloochent

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verloochenen
    Jij verloochent.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verloochenen
    Hij verloochent.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van verloochenen
    Verloochent!