verfransen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·fran·sen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verfransen |
verfranste |
verfranst |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verfransen
- (overgankelijk) Franstalig maken
- (ergatief) Franstalig worden
Vertalingen
1. Franstalig maken/worden