verdoemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·doe·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdoemen
verdoemde
verdoemd
zwak -d volledig

Werkwoord

verdoemen

  1. (overgankelijk) tot een onfortuinlijk en onvermijdelijk einde veroordelen
    De onwil van met name de Franse koning om een bondgenootschap aan te gaan met Arghun Khan verdoemde het laatste bolwerk van de kruisvaarders, Akko, tot de ondergang.