uitgezonderd
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·ge·zon·derd
Voegwoord
uitgezonderd
- met uitzondering van
- Ik was klaar om te gaan, uitgezonderd dat ik m'n koffers nog moest halen.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| uitzonderen |
uitgezonderd
- voltooid deelwoord van uitzonderen